“Everything should be as simple as it is, but not simpler”

(Albert Einstein)

 

 

Als mijn kijkwereld met mijn ideeënwereld samensmelt wordt het beeld geboren: soms langzaam, soms snel, maar altijd onontkoombaar.

Wanneer een cocon openscheurt en prijsgeeft wat al die tijd opgesloten heeft gezeten is er een complex proces ten einde. Het ontstaan van het nieuwe heeft er precies die tijd voor genomen die nodig is om een andere bestaansvorm te rechtvaardigen.

De omzetting is dan volledig, de nieuwe vorm laat zich gelden, er is geen weg terug.

 

Bij het maken van mijn beelden voelt het precies zo. Mijn gedicht geeft dat goed weer.

 

De voedingsbodem voor mijn werk bevindt zich in mijn omgeving. Als ik om me heen kijk, in kranten lees, in boeken blader; steeds valt mijn oog op bepaalde dingen. Veel daarvan heeft te maken met inpakken, plant- en boomvormen, stenen, stofval, plooien, tafels en stoelen. Ik registreer ze en zet ze in mijn dagboek. Mijn dagboek is een wezenlijk onderdeel van mijn werk omdat het werkt als een katalysator van mijn handelen. In het schrijven vind ik dan de essentie die ik niet altijd opmerk als ik met iets bezig ben. Tijdens het werkproces naar aanleiding van een idee komen er altijd dingen tussendoor, die zijdelings te maken hebben met de eerstgenoemde interesses, omdat ik dan opeens iets zie dat ik wil uitproberen. Soms integreert het in het “originele” werk, vaak blijft het ook liggen voor later, maar is dan wel al vastgelegd in mijn dagboek.